Op het moment dat Jabril hoorde van de tekeningen van Lars Vilks waarop de Profeet als een hond stond afgebeeld richtte hij samen met zijn vriend Hatim een club op voor mede intellectuele gelovige Moslims. De bedoeling was om gedachten te delen, te bidden en bovenal nadenken over de toekomst van de wereld van Allah.
De club groeide uit tot 14 mannen. Af en toe nodigden ze sprekers uit. Twee weken voor 11 mei 2010 hadden ze Amatullah uitgenodigd; een vrouw die openlijk Vilks bedreigde met zijn keel door te snijden als een lammetje. Zij vertelde de jongens van de beloning van $150.000 die op het hoofd van Vilks stond.
“Stel…” redeneerde Jabril, “Stel dat ik straks Lars Vilks de bril van het hoofd stomp, zullen mensen dan begrijpen dat dit komt omdat vrijheid van meningsuiting eindigt bij kwetsen? Dat de Godsdienst voor Moslims groter is dan de mensheid zelf? Dat zoiets moeilijk is voor een Westerling om te snappen, maar dat zodra je iets beledigt, waarvan je weet dat je het willens en wetens beledigt, iets dat groter is dan een mens, dat zoiets erger voelt dan fysiek geweld te gebruiken? Je kunt claimen dat iemand zich dan dient te verdedigen in woorden, maar dan is het kwaad al geschied en is iemand al gekwetst op het belangrijkste deel van zijn of haar leven. Wat dan rest is een gevoel van haat, waarbij je ontzettend veel moeite moet doen om dat niet met geweld te beantwoorden.”
Jabrils nanoseconds of fame zijn de eerste paar tellen en zijn de aanleiding van dit filmpje:
